Aan de oever van de Eufraat

Tevreden keek Nebukadnezar II vanaf zijn terras uit over zijn stad, het schitterende Babylon. In opdracht van hem, de koning, was de grandeur van de hoofdstad van het rijk weer helemaal in ere hersteld. De nieuwe stadsmuren waren bestand tegen ieder leger van de Meden, Perzen, Assyriërs, Scythen, Lydiers of Egyptenaren. Voor de immer kritische oppergod Marduk was een prachtige tempel neergezet. Niets kon echter toppen aan het nieuwe paleis.

Aan de oever van de Eufraat stond de trots van de Babyloniërs. Allerlei terrassen gevuld met planten, struiken en bomen, sierden de residentie van koning. Via ingenieuze onderaardse irrigatiekanalen werd het groen voorzien van water. Niet voor niets rekenden Anitpater van Sidon en Philon van Byzatium deze zogenaamde hangende tuinen tot één van de Zeven wereldwonderen van de klassieke oudheid.

Toch was het nooit de intentie geweest van Nebukadnezar om in aanmerking te komen voor een dergelijke nominatie. Vrouwlief Amytes kon maar moeilijk wennen aan het stadse leven. In de bergen van haar thuisland, werd ze omringd door groen in plaats van gebouwen. Om haar op te vrolijken liet de goedzak Nebukadnezar de tuinen speciaal voor haar aanleggen. Ruzie met zijn schoonvader Cyaxares, de koning van Medië, was daarnaast het laatste waar hij op zat te wachten.

In zijn gedachten verzuchtte Nebukadnezar dat Babylonië nu eindelijk weer op kaart stond. Het rijk tussen de Eufraat en de Tigris had honderden jaren lang onder Kassitisch en Assyrisch gezag gestaan. Zijn vader Nabopolassar had juk der bezetting van zich af weten te werpen. Samen met de Meden had hij de Assyrische heersers verdreven, achtervolgd en hun hoofdstad Nineveh vernietigd. Het Nieuw-Babylonische Rijk was nu een feit.

Vernoemd naar een illustere voorganger die zo’n zeshonderd jaar eerder de scepter over Babylon zwaaide, wilde Nebukadnezar niet voor zijn vader onderdoen. Richting het westen breidde hij zijn rijk uit door de verovering van Syrië en Juda. Bij de Egyptische grens liet hij halt houden. Opstanden in Juda weerhielden de Babylonische koning om Egypte binnen te vallen.

Zelfs de inname van Jeruzalem en de afzetting van koning Jehoiakim in 597 v.Chr. bracht geen einde aan de ongeregeldheden. Tien jaar later vernietigde Nebukadnezar zijn trouwe kapitein Nebuzaradan de stad daarom maar. Delen van de bevolking werden naar Babylon gedeporteerd om van het gesodemieter af te zijn. Nu de relatieve rust was teruggekeerd, wist Nebukadnezar zeker dat zijn rijk tot in de eeuwigheid zou blijven bestaan. Over duizenden jaren zouden zijn daden nog worden bezongen in de liederen van de alle grote dichters van hun tijd.

Zoals iedere grote visionair, kreeg Nebukadnezar het gelijk aan zijn zijde. Zijn daden worden immers nog steeds door de grootste dichters van de moderne tijd bezongen. Niemand minder dan Boney M. bracht eind vorige eeuw nog nummer uit over de in ballingschap verkerende Joodse bevolking. Hierin worden de complexe gevoelens van de bannelingen bezongen die terugverlangen naar hun thuisland terwijl ze worden omringd door de exotische pracht van Babylon.

Social Share Toolbar

Leave a Reply

Your email address will not be published.