To the man who would be king

In de hele discussie rond het Koningslied is er één vraag onbeantwoord gebleven: wat moet men nou eigenlijk wél voor een koning zingen? Wellicht dat er door dezen of genen wel iets over is geroepen, maar een maatschappelijk breed gedragen antwoord ontbreekt. Dat is overigens geen verwijt. Het is namelijk schier onmogelijk om hier consensus over te bereiken.

Ga er maar aan staan. Voor wie is het nou eigenlijk geschreven zo een lied? De koning of toch de nederige onderdanen? Dan is er ook nog de vraag, wat kan er muzikaal beter worden overgebracht dan via schrift of vertelling? Een ander cruciaal punt om duidelijk te hebben, is wat voor muziek er bestempeld kan worden als ‘koninklijk’. In het kort ontbreekt dus elke eenduidige visie op een doel, methode en uitvoering.

Om het probleem van de consensus te omzeilen, kan er worden gekozen voor een simpele oplossing; men laat het oordeel over aan de koning. Tenzij deze geplaagd wordt door schizofrenie, zou hij of zij in staat moeten zijn overeenstemming te bereiken over wat wel en niet door de beugel kan. In het verleden gebeurde dit onder andere in Wenen. Wanneer een nieuwe opera werd opgevoerd, bepaalde het aantal maal gapen van de vorst het succes van de uitvoering. In onze huidige parlementaire democratie kan dit helaas niet en bepaald volgens sommigen de hit notering de kwaliteit van een nummer.

Wat is het dan het alternatief? The Libertines geven dankbaar het antwoord. Omschrijf in de tekst simpelweg wat een koning zou moeten zijn. Doe dit in algemene termen waar ieder mens zich in kan herkennen. Zo blijft de boodschap overzichtelijk en begrijpelijk. Men hoeft niet terug te vallen op allerlei zware of pompeuze muziek. Bovendien stuurt men aan op een inhoudelijke discussie over menselijke waarden, hetgeen waar het uiteindelijk allemaal om draait. Wat blijft hierna dan nog over om aan te koning te vertellen: helemaal niks.

Social Share Toolbar

Leave a Reply

Your email address will not be published.